Eigen aardigheden

Slot Bruheze


Over "het casteeltien ofte sloth genaempt Bruhese, gestaen ende gelegen tot Baerle ter plaetse genaempt Looveren".

In 1934 heeft G.C.A. Juten onder de titel “Van Bruheze en aanverwante geslachten” in het tijdschrift Taxandria (jaargang XLI, p.74 e.v.) aandacht besteed aan de geschiedenis van het kasteeltje in de buurtschap Looveren of Loven, dat later het huis of kasteel van Bruheze werd genoemd. In 1947 verscheen van de hand van J.P.H. van den Broek het boek ‘Bijdragen tot de geschiedenis van Baarle’, waarin nadere informatie over dit huis verscheen. Vervolgens leverde F.A. Brekelmans in 1956 een bijdrage aan het jaarboek van de Geschied- en oudheidkundige kring van Stad en Land van Breda “De Oranjeboom” onder de titel ‘De Hof van Loveren te Baarle-Nassau”, waarin hij melding maakte van het feit dat Peeter Willemsen Verlegh en Maria Christoffel Houtepen tot aan hun overlijden tijdens de pestepidemie van 1665-1667 eigenaar zijn geweest van het hof en er tijdens deze periode door Sr Peeter van Beeck beslag was gelegd op het huis. Als oorzaak oppert hij de mogelijkheid dat de vroegere eigenaar Verelst “geld op dit goed geleend had of nog schuldig was aan de vroegere mede-eigenaar van Gilze; voor de restitutie ervan moet het pand ook onder Verlegh aansprakelijk zijn gebleven”.

In dit artikel wil ik meer duidelijkheid geven over de perikelen die zich hebben voorgedaan bij de eigendomsverkrijging van het slotje door Peeter Verlegh en Maria Houtepen. Voorts geef ik wat meer informatie over dit gezin en de gebeurtenissen na het overlijden van het echtpaar.

Op 16 augustus 1660 droeg Jacques van Asten, als curator in het sterfhuis van Sr. Adriaen Verelst, in zijn leven schouteth van Baerle, Alpen en Chaem, samen met de meerderjarige dochters Anna Helena en Catharina Verelst ter uitvoering van een daartoe gesloten koopovereenkomst het "seker heerlijck casteeltien genaempt Bruhese mette nederhuijsinghe schuere, schop, stallinghe, brauhuijs, saij ende weijlanden, daeraen gelegen" over aan Sr Peeter Willemsen Verlegh (GA Turnhout, protocol van Schepenen van de Oude Hove van Thorn te Baarle (hierna SOHT), f105v). Peeter Verlegh is blijkens de tekst van deze akte daarbij niet aanwezig. Er staat zelfs vermeld dat hij in verband met zijn afwezigheid gedagvaard is (in sijn absentie als daertoe gedachvaert sijnde). Men kan zich dan ook terecht afvragen of er wel een rechtsgeldige vest heeft plaatsgevonden, maar vooral wat de reden van zijn afwezigheid is geweest. Zijn er voorafgaand aan het vesten problemen ontstaan, in verband waarmee Peeter Verlegh heeft willen afzien van de koop? De reden hiervan moet in het verleden worden gezocht.

Lees hieronder meer over Slot Bruheze:

De gezamelijke verkrijging in 1642
Overlijden van Verelst
Verkoop gevolgd door een procedure
De minnelijke schikking
De financiering van de koopsom
Het overlijden van Peeter Willem Verlegh
Verkoop van het hof Bruheze
De aflossing van de geldlening
De verdere afwikkeling van de nalatenschappen


Slot Bruheze.jpg

prent van het inmiddels gesloopte Slot Bruheze te Baarle Nassau